Winkelwagentje
0 artikelen - € 0,00
Toon inhoud | Afrekenen
Gratis verhalenmail

verzend


Verteltips


Stilstaan bij een verhaal, bij verhalen vertellen.

Al uit de ijstijd is bekend, dat de mensen elkaar, in hun grotten bij het vuur, verhalen vertelden. Het was de manier om elkaar te betrekken bij wat ze meegemaakt hadden, tijdens de jacht bijvoorbeeld. Ervaringen, emoties werden gedeeld. Het was de manier om van elkaar te leren, aan elkaar kennis, vaardigheden over te dragen. Maar ook om wijsheden door te geven, oeroud, maar nog springlevend. En nog steeds is dat zo.
Wat ook nog steeds zo is, is de kracht van de verteller. De verteller brengt het verhaal tot leven. Hij stelt zijn persoon, zijn mogelijkheden, zijn stemgebruik, zijn gebaren, zijn mimiek, zijn rekwisieten in dienst van het verhaal. Stapt als het ware in het verhaal. De verteller weet dat het verhaal een structuur heeft.

Hoe vertel je het verhaal?

Verhaalstructuur

De beginsituatie.
De beschrijving ervan, zodat het verhaal te volgen is. Hier moet je te weten kunnen komen waar het verhaal over gaat, over wie en wat hij wil. En wanneer en waar het verhaal zich afspeelt. De verteller zal hier mededeelzaam zijn en onder het vertellen proberen in te schatten of sommige dingen nog aangevuld of duidelijker moeten worden. Hier wordt de aansluiting met de groep, die luistert, gemaakt.

Het gaat gebeuren. Het verhaal gaat echt van start. Er gebeurt iets, dat om een reactie vraagt. Zo’n verhaaldeel begint vaak met: Op een goede dag ….., of: Plotseling …..
Hier zal de verteller de spanning op gaan bouwen: Wat gaat er gebeuren? Hoe gaat dat verder?
Alles, waar het verhaal om vraagt, kan hier gebruikt worden om de groep hier bij te betrekken.

Het hoogtepunt van het verhaal is het antwoord op: Wat gaat er gebeuren? De gebeurtenis zelf. Dat is het belangrijkste deel. Overal in het verhaal, maar vooral hier verbeeldt de verteller met woorden. Kleuren, geuren, geluiden, smaken, tactiele gewaarwordingen kunnen door zijn taalgebruik opgeroepen worden.

Het loopt af. Wat voor invloed heeft, dat wat er gebeurd is, op de personen, dieren in het verhaal. Op de rest van de omgeving. Wat heeft de hoofdpersoon er van geleerd? Welke wijsheid neemt hij mee?

Het eindbeeld. Een verhaal, een vertelling, een verteller wil iets overbrengen. Het eindbeeld is de conclusie. Dat kan de moraal zijn, een wijsheid in een notendop,
een geruststelling (het loopt gelukkig goed af), een hoopvol toekomstbeeld (En ze leefden nog lang en gelukkig). Hier stapt de verteller beetje bij beetje uit het verhaal, geeft de laatste boodschap door en laat het verhaal bij zichzelf en de groep tot rust komen.

Wat doe je erna?

Dan komt het moment, waarop de verteller gespreksleider wordt of die rol duidelijk aan een ander overdraagt. Samen napraten laat het verhaal nog verder aan waarde winnen. Daarbij kunnen vragen gesteld worden, waarvan de antwoorden concreet in het verhaal te vinden zijn. Er kunnen ook vragen gesteld worden, die vragen om nadenken, meningen, veranderen van mening. Vragen, waardoor je kan groeien in het zoeken naar de antwoorden, wijzer kan worden. Dan ben je aan het filosoferen en dat kan ook, juist ook met kinderen. Zie Filosoferen met kinderen.

Het is belangrijk dat de kinderen ook de gelegenheid krijgen om het verhaal individueel te verwerken. Dat kan door het nog een keer te lezen, maar ook door een of andere creatieve vormgeving.